ALCHEMIE

 

                                           Een historische inleiding op de Alchemie

 

De alchemie is een occulte pseudo-wetenschap waarvan onbekend is, wanneer en waar deze precies is ontstaan. In principe zou men de alchemie kunnen typeren als een voorloper van de moderne scheikunde, ware het niet dat de geloofwaardigheid ter discussie staat. Niet in de laatste plaats wegens de geheimzinnigheid omtrent de Steen der Wijzen.. Deze Steen der Wijzen zou de sleutel zijn tot het transformeren van metaal in goud. Het bereiken van eenheid staat centraal, door het Elixir van Onsterfelijkheid en de Steen der Wijzen.

De mens, die over een innerlijke kern beschikt, heeft deze verloren bij de zondeval. Van belang is om deze kern terug te vinden en te zuiveren, waarbij een mate van vroomheid moet worden ontwikkeld. De laboratoriumalchemie kan gekenmerkt worden als de toepassing van mystieke religieuze principes om aan te tonen dat alles een eenheid is: zoals boven, zo beneden. Pas vanaf de secularisatie in de 17e eeuw is er een duidelijk onderscheid ontstaan tussen de alchemie en de zuivere scheikunde.                                                                                                                                                              

Hermes of Hermes Trismegistus, een grote Egyptische wijsgeer, wordt gezien als het grote genie achter de alchemie. In Egypte werd Hermes geassocieerd met de god Thoth. De Grieken en de Romeinen verwezen naar de wijsgeer als Hermes respectievelijk Mercurius, de Boodschapper van de Goden. De Hermetica of Corpus Hermeticum, een verzameling van geschriften, zou van de hand van Hermes Trismegistus zijn. Deze werken zijn opgeschreven tussen 1 en 300 na Christus in Alexandria, maar het duurde tot 1471 vooraleer de werken vertaald werden, in opdracht van Cosimo de Medici. Het mag dan ook duidelijk wezen dat de Hermetica een enorme invloed had op de filosofie van de Renaissance. De mens, het individu, staat centraal en zou een weerspiegeling zijn van het goddelijke. De Tabula Smaragdina (het Smaragden Tablet) is waarschijnlijk de bekendste tekst van Hermes Trismegistus , gegraveerd in een smaragden steen en ontdekt door Sara, de vrouw van Abraham. Ze kan ook ontdekt zijn door Alexander de Grote of door Apollonius van Tyana.

Ook de alchemisten maakten op grote schaal gebruik van symboliek om hun Kunst over te brengen.

Een veelvuldig voorkomend symbool is de staf van Hermes, de caduceus, welke bestaat uit twee slangen rond een centrale staf. Later zou dit symbool ook het symbool van de geneeskunst worden.

                                                           

Tijdens de Islamitische culturele revolutie was er tevens een grote belangstelling ontstaan voor de alchemie. In opdracht van prins Khalid ibn Yazid werden de eerste boeken over alchemie in het Arabisch vertaald, rond 690 n.C. Jabir ibn Hayyan (ca. 721-815) was veruit de grootst alchemist, bekend om zijn medicinale elixirs. Hij was de hofalchemist van Haroen al-Rashid, de kalief van het Bagdad uit Duizend en 1 Nacht. Pas na 400 jaar zouden de werken van Jabir een basis vormen voor de Westerse alchemie. Eveneens van zijn hand was de introductie van de theorie van zwavel en kwik.

Andere bekende islamitische alchemisten waren Rhazes (al-Razi) en Avicenna ( Ibn Sina). Rhazes (ca. 860-925) breidde de theorie van zwavel en kwik uit, door er zout aan toe te voegen. Zijn beroemdste uitspraak was: 'Wie de scheikunde niet kent, verdient de naam filosoof niet.''

Avicenna (980-1037) was een geniaal geneesheer en schreef meerdere werken omtrent de beoefening van de geneeskunst. Hij was het eens met Jabir en Rhazes voor wat betreft de vorming van metalen, maar hij kon zich niet vinden in hun transformatie-idee. Aldus ontbrak het bij hem aan een zeker gevoel voor magie en hij kan dan ook meer beschouwd worden als wetenschapper dan als ziener.

Toen de Moren in 711 Spanje binnenvielen, zou het islamitisch gedachtegoed vaste grond krijgen in de Westerse wereld. In de 12e eeuw stichtte aartsbisschop Raymond een vertaalcollege in Toledo, om de Arabische teksten toegankelijk te maken. Robert van Chester is verantwoordelijk voor de Latijnse vertalingen van Het Boek over de samenstelling der alchemie van Morienus (1144) en Het Smaragden Tablet. Vanaf dat moment zouden verscheidene vooraanstaande personen zich bezighouden met de alchemie, waaronder bisschop Albertus Magnus en zijn leerling Thomas van Aquino, Roger Bacon (1214)  en Arnold van Villanova (1235).

                                                                 Thomas van Aquino

 

In 1317 vaardigde paus Johannes XXII een decreet uit dat het beoefenen van alchemie verbood. Desondanks bleven velen de alchemie ontwikkelen, waaronder talloze geestelijken en heersers. Paracelsus de Grote (1493) was verantwoordelijk voor de doctrine der eigenschappen; de openbaring van de natuur door tekens. Ook de Orde van de Rozenkruizers, gesticht door Christian Rosencreutz ( 1378-1484), had grote invloed op de alchemie. Het transformatieproces van metaal in goud was slechts een van de essenties, en men geloofde dat de alchemie kon leiden tot een transcendente verlichting van het gehele christendom. Beroemde werken die gepubliceerd werden onder de vleugels van de Rozenkruizers, waren de Fama fraternitatis, de Confessio, en Het Alchemistisch Huwelijk van Christian Rosencreutz (Johan Valentin Andreae). In de 17e eeuw zouden de Rozenkruizers vervolgd worden als ketters en satanisten. De Vrijmetselarij zou de idealen en denkbeelden van de Rozenkruizers overnemen. In 1677 werd het Mutus Liber gepubliceerd, dat bestond uit vijftien gravures. Deze gravures geven weer hoe men uit dauw het Levenselixir kon destilleren.

E en ander  belangrijk symbool in de alchemie is de Ouroboros, een slang (of draak) die een cirkel vormt door de staart in de bek te nemen. De cirkel geeft aan dat de natuur in zijn eigen behoeften voorziet. Het gaat uit van de gedachte: geboorte, dood en wedergeboorte tot in het oneindige. De enkele Ouroboros is de prima materia, dat waaruit alles voortkomt. De dubbele Ouroboros stelt twee slangen voor die in elkanders staart bijten tot ze een cirkel vormen. Een van de twee slangen is gevleugeld. De dubbele Ouroboros staat voor de spreuk: solve et coagula, het oplossen van het lichaam en het stollen van de geest. De onderste, ongevleugelde slang beeldt het lichaam uit, terwijl de bovenste, gevleugelde slang de geest vertegenwoordigt.

                                              

In het eind van 18e tot het begin van de 20e eeuw is de alchemie voorbehouden aan occultisten en wetenschapshistorici. Rond 1920 begon de Zwitserse psycholoog Jung zich met de overgeleverde alchemie bezig te houden.  Hij slaagde erin de alchemie te indoctrineren in de psychologie en in 1944 werden zijn bevindingen gepubliceerd met zijn boek Psychologie en alchemie. De verbanden die hij legde met de alchemie bleven weliswaar beperkt tot het terrein van de psychologie, doch Manfred Junius, een alchemist en tijdgenoot, beweerde dat Jung op latere leeftijd een laboratorium had ingericht om de alchemie daadwerkelijk in praktijk te brengen. Andere beroemde werken van Jung in deze context zijn Alchemistische studies en Mysterium conjunctionis. Hij stelde dat de mens verantwoordelijk was voor wat zich in zijn omgeving manifesteerde. De wereld is een weerspiegeling van de innerlijke psyche.

in 1926 kwam het boek Het Geheim van de Kathedralen van Fulcanelli uit. Deze Fulcanelli kwam met de theorie dat de gotische kathedralen in Europa niets meer of minder waren dan alchemistische teksten, uitgebeeld in steen. De kruistochten vanaf de 12 eeuw brachten de orde van de Tempeliers, gesticht om de pelgrimsroutes door het Heilige Land te bewaken, in contact met het soefisme. Het islamitische soefisme was een mystieke stroming die het hermetisme, het neoplatonisme en de alchemie bestudeerde. Het was dan ook in deze periode dat men in Europa was gestart met de bouw van een enorm aantal kathedralen en kerken. Het was ook Fulcanelli die benadrukte dat het niet ging om de daadwerkelijke transformatie van metaal in goud, doch om het hele proces dat daaraan voorafgaat.

Tot op de dag van vandaag is de alchemie wijd verbreid en wordt zij getoetst door talloze natuurkundigen en scheikundigen. Door het doen en herhalen van experimenten werd de alchemistische associatie van de zeven planeten met de zeven metalen bevestigd. Momenteel is het zeer goed denkbaar dat ook de theorie van de transformatie en van het mutualisme van de psyche en het fysieke uiteindelijk bewijsbaar blijken te zijn. Wij staan dus aan de bakermat van een algehele omwenteling in de natuurwetenschappen, wanneer aangetoond kan worden dat de alchemie geen puur esoterische mystieke leer is, doch een leer doordrenkt met scheikundige, psychologische, natuurkundige en biologische waarheden.

                                                         

 Het Zegel van Salomon

Dit Zegel staat voor de verbintenis tussen water en vuur, tussen ziel en geest, tussen zwavel en kwik. De twee overlappende driehoeken symboliseren het verbond tussen hemel en aarde, de eenwording. Ondanks dat de figuren elkaars tegengestelde zijn, worden ze een met elkaar, gaan ze in de ander op. De zes punten van de ster komen overeen met de eerste 6 dagen van de Schepping en geven de 6 alchemistische richtingen aan: noord, oost, zuid, west, boven en beneden. Een staat symbool voor de Ouroboros, die ingesloten is in zichzelf. Twee is voor vuur en water. Drie is de drie-eenheid. Vier is voor de vier elementen. Vijf is het kwintessens. Zes is kwik.

Een recept voor het Levenselixir van Jean d'Espanet

Neem 3 delen rode aarde, water en lucht, zes delen totaal. Meng ze grondig en prepareer een metaalachige pasta, zoals boter waarin de aarde niet langer met de vinger gevoeld kan worden. Voeg anderhalf deel vuur toe en zet het in een goed gesloten vat en geef het vuur op de eerste graad voor de vertering. Dan prepareer je een extract van de elementen overeenkomstig de graden van het vuur totdat ze zijn teruggebracht tot een vaste aarde. De materie zal als een glanzende, doorzichtige rode steen worden en is dan klaar. Stop het in een pot op een gemiddeld vuur en bevochtig het met zijn olie, druppel voor druppel, totdat het vloeibaar wordt zonder te roken. Wees niet bang dat de kwik verdampt: de aarde neemt de vochtigheid gretig op, omdat dat een deel van zijn natuur is. Nu  is het Elixir klaar. Dank God voor zijn Goedheid dat Hij het je heeft gegeven, gebruik het ter ere van Hem en bewaar het Geheim.

Het Opus Magnum

Een plus niets is tien

Nul is niet niets, maar op zijn minst een getal. Het gaat vooraf aan 1, het is het ei, de bron. Het stelt het passieve, het ontvankelijke voor.

Een is de Ouoroboros. Het is zowel mannelijk als vrouwelijk als geen van beide. Een staat eveneens symbool voor de prima materia, het goddelijke principe. Dit is het ultieme streven in de alchemie, het absolute doel.

Twee staat voor dualiteit, voor de wet van de tegenstellingen. Het is de conjunctie van zwavel en kwik, van de Rode Koning en de Witte Koningin en van de Zon en de Maan.

Drie is de Drie-eenheid: God de Moeder, God de Vader en God de Zon. Dit staat gelijk aan ziel, lichaam en geest en aan het alchemistische kwik, zwavel en zout.

Vier voor de vier elementen: vuur, water, aarde en lucht.

Vijf  is de Vijfde Substantie, de kwintessens

Zes is vertegenwoordigd in het Zegel van Salomon, het hexagram.

Negen is het moment van de geboorte van de Zon, het Oog van God.

Tien is de Zon, de volmaaktheid, de voltooiing. Het is het getal van de kosmos.

 

Magie

        Recepten

        Voodoo

 

Hoofdpagina

Orakels

Poezie